Geschiedenis van de Estlandse vlag
De vlag van Estland bestaat uit drie horizontale banen in blauw, zwart en wit en is diep verweven met de nationale identiteit van het land.
Blauw staat voor de lucht, zeeën en meren van Estland. Zwart symboliseert de aarde en het moeilijke verleden. Wit verbeeldt hoop, licht en het streven naar geluk
De vlag werd voor het eerst gebruikt in de 19e eeuw en groeide uit tot symbool van nationale eenheid. Tijdens de Sovjetbezetting werd de vlag verboden en verwijderd van de toren van Pikk Hermann in Tallinn. Pas tijdens de perestrojka in de jaren ’80 keerde de vlag terug in het straatbeeld. Op 7 augustus 1990 werd de blauw-zwart-witte vlag opnieuw officieel aangenomen als nationale vlag, nog vóór het herstel van de volledige onafhankelijkheid.
Tot op de dag van vandaag staat de Estlandse vlag symbool voor vrijheid, veerkracht en verbondenheid met Noord-Europa.