Geschiedenis en betekenis van de vlag van Papoea-Nieuw-Guinea
De vlag van Papoea-Nieuw-Guinea is diagonaal verdeeld in een rode en een zwarte driehoek. Op het rode vlak staat een goudgele Raggiana-paradijsvogel, terwijl op het zwarte vlak vijf witte sterren het sterrenbeeld Zuiderkruis vormen. De kleuren rood en zwart zijn traditionele kleuren die bij veel bevolkingsgroepen in Papoea-Nieuw-Guinea voorkomen.
De vlag werd officieel aangenomen op 1 juli 1971, vier jaar voordat Papoea-Nieuw-Guinea onafhankelijk werd van Australië. Het ontwerp is afkomstig van de toen 15-jarige Susan Karike, die met haar ontwerp een nationale prijsvraag won. Sinds de onafhankelijkheid in 1975 is deze vlag het officiële nationale symbool van het land.
De paradijsvogel staat symbool voor vrijheid, eenheid en de rijke natuur van Papoea-Nieuw-Guinea. Het Zuiderkruis verwijst naar de ligging op het zuidelijk halfrond en benadrukt de verbondenheid met andere landen in Oceanië waar dit sterrenbeeld eveneens op de nationale vlag voorkomt.